SchooltasApp 1.0 en 2.0 @i&i

Met de SchooltasApp (van uitgever Thieme Meulenhoff) samen het leren opnieuw uitvinden (door iemand van uitgever Thieme Meulenhoff). Tja, een reclamepraatje, dat zie je direct aan de informatie. Hij rekende voor dat je voor 225 (meen ik) euro per leerling al je leerboeken kon vervangen door de virtuele schooltas op de iPad.

Een reclamepraatje, dat wel, maar de jongeman vertelde dat er wel duidelijk bij. Versie 1.0 was nauwelijks meer dan de digitale versie van de boeken, aldus de spreker. Hij was zelf verbaasd geweest over het succes. Inmiddels hadden ze een mogelijkheid werkend om zogenaamde Prikkers toe te voegen. Een Prikker is een opmerking die je in een digitaal boek kunt toevoegen. Het aardige hiervan is dat alle mensen die in hetzelfde boek kijken jouw prikker (als je dat wilt)ook kunnen zien.

Een docent maakte hierop een aardige opmerking: een collega klaagde dat hij (alweer) een hele avond moest gaan zoeken naar actuele/leuke/leerzame toevoegingen op de stof van de dag erna. De docent vertelde dat hijzelf in de klas had gezegd: iedereen moet twee actuele/leuke/leerzame Prikkers toevoegen en publiceren zodat de hele klas die kan zien. Dit voorbeeld sprak me aan omdat ik zelf ook probeer de leerlingen aan het werk te krijgen in plaats van mezelf. Scheelt mij hopen werk en is voor de leerlingen zeker zo leerzaam.

Een man die wiskundeleraar was op een school merkte op dat zijn school de schooltas-app wilde gaan gebruiken en dat er door collega’s van andere vakken druk op hem  was uitgevoerd om ook de Thieme Meulenhoff-methode (maar dan voor wiskunde) te gaan volgen, omdat anders de iPad met App onbetaalbaar werd.

Ik vond het een nuttig en prettig praatje. Ook de nadelen werden genoemd en de spreker gaf duidelijk aan dat andere uitgevers hun eigen App aan het maken waren en dat die elkaar (op den duur) wellicht niet zo ver zouden ontlopen. ‘Laat ons voorlopig nou maar lekker concurreren, dat komt de uiteindelijke kwaliteit ten goede.’

Wahebikgehoord@i&i?

De eerste lezing die ik bijwoonde ging over het implementeren van MacBooks & iPad op een school. Desgevraagd gaf de sprekerd aan dat we in plaats van ‘MacBook’ ook laptop of notebook mochten verstaan. Tot enkele jaren geleden hadden ze namelijk met andere laptops gewerkt. Het verhaal stond gecategoriseerd onder ‘toekomst van leren’. Een enigszins verwarrende categorie.,Ik verwachtte om een of andere reden iets te horen over de toekomst van het leren. De meneer had echter weliswaar op vele scholen een vinger in de pap bij het inkopen van allerlei apparatuur maar behalve dat hij er een groot voorstander van was dat elke leerlingen op ‘zijn’ scholen twee a drie jaar geleden een laptop moesten krijgen en nu massaal aan de iPad gingen, heeft hij inhoudelijk nauwelijks iets gezegd over hoe dit nu hielp bij het leren.

Een wat oudere man die tegenover mij zat merkte op dat het vreemd was dat niet iedereen die ooit digitaal lesmateriaal beschikbaar had gesteld dit nu in paniek aan het ombouwen was zodat Flash niet meer nodig was, want ach gut de arme man had een iPad en daar werkte Flash niet op. Boos op de wereld (mijn spiegelneuronen konden zijn pijn haast voelen) maar zijn mond werd gesnoerd (figuurlijk!) doordat de sprekerd vond dat dit niet een discussie was die daar ter plekke op dat moment gevoerd moest worden.

Tjonge, de toon is wat sarcastischer geworden dan ik bedoeld had, ik ben benieuwd naar de reacties…  😉

 

We have to keep up with our children’s skills… (Tim Rylands)

23 november 2011 zijn we met de mensen van de VakDidactiek class of 2011 (informatica) aan de ESoE naar de  i&i-conferentie in Lunteren geweest. Naar aanleiding daarvan deze blogs.

De titel zegt het al: We have to keep up with our children’s skills… , een uitspraak van onderwijsvernieuwer Tim Rylands. Onze kinderen groeien op in een heel andere wereld dan wijzelf, in ieder huis staan meerdere computers, die zijn bovendien aangesloten op internet, bijna iedereen is via mobiele apparatuur altijd bereikbaar en is potentieel continu online. Een wereld door ‘ons’ gecreëerd, al maken we wel eens grapjes over ‘de jeugd die niet meer zonder mobieltjes kan’. ‘Ze weten niet hoe ze een fatsoenlijke afspraak moeten maken, ze komen niet verder dan: als je er bent, bel me dan maar; ze kunnen niet vooruit denken.’ Van de andere kant (waarschijnlijk hierdoor) is alles dynamisch geworden: er wordt niet van te voren gepland, maar aangezien iedereen op de hoogte is waar zijn vrienden zijn en wat ze aan het doen zijn kan er opeens iets (hopelijks) moois ontstaan. Revoluties schijnen tegenwoordig op internet te beginnen. Ik word me er steeds bewuster van dat er een hele wereld is die mij (en ik ben nog maar 40 schoon aan de haak en bovendien informaticus) grotendeels ontgaat, en ik ben niet de enige…